Werkdoc Arno

Referentie:

NIKKEN P. Computerspellen in het gezin. In: PLEYSIER S. & WYDOOGHE B. Game over, Garant-Uitgevers n.v., Antwerpen-Apeldoorn, 2007, 247 blz.

Context:

Mijn gekozen artikel komt uit het boek Game over. In het boek komen verschillende artikels aan bod handelend rond het onderwerp jongeren en gamen.

De schrijver van mijn specifiek gekozen artikel bespreekt de invloed van games op het leven en gedrag van jongeren en de ouders. Door middel van diverse onderzoeken probeert hij tot een conclusie te komen wat voor invloed games hebben op jongeren.

Auteur:

De auteur van dit artikel heet Peter Nikken. Hij is afgestudeerd als psycholoog en is sinds jaren een deskundige op vlak van jongeren en media. Hij houdt zich tegenwoordig bezig met het onderzoek naar de invloed van seksualiteit op jongeren. Tevens was hij tot 2006 hoofd van het Expertisecentrum Jeugd en Media bij NIZW. Momenteel is hij tewerkgesteld bij het Nederlands Jeugdinstituut. Ten slotte is hij ook lid van het NICAM en Kijkwijzer. Deze laatste organisatie werden ook betrokken bij het schrijven van het behandelde artikel.

Andere boeken die hij schreef:

Zelf heeft hij aan verschillende boeken zijn steentje bijgedragen, zoals Kind en media en Waar kijken ze naar? / Kleuters.

In 2007 heeft hij dan uiteindelijk besloten een eigen boek te schrijven, m.n. Mediageweld en kinderen.

Structuur:

1. Inleiding
2. Opzet van het onderzoek
3. Ouders
4. Kinderen
5. Vergelijking van de ouders en kinderen
6. Conclusies

Er werd zeker een logische structuur gebruikt. Zo legt Nikken eerst uit wat het doel van dit onderzoek is. Daarnaast worden de ouders en de kinderen apart onderzocht om ze achteraf met elkaar te vergelijken. Ten slotte wordt alles nog eens gerecapituleerd in het laatste puntje.

De voetnootjes kan men terugvinden achteraan het artikel. Dit is vrij handig omdat men dan een gebundeld overzicht hebt van alle gebruikte bronnen

Overige:

Essentiële begrippen, definities en moeilijke woorden:

Arcadespel: computerkasten waar je tegen betaling een computerspel kan spelen
Aselect: willekeurig genomen
Classificatie: ordening van begrippen in klassen en subklassen
Cognitief: het waarnemen en overdenken van de buitenwereld
Desintegratie: het uiteenvallen van een organisch functionerende eenheid
Non respons: aantal uitgezette vragenlijsten in een onderzoek waarop geen antwoord komt
Normbesef: bewust worden van maatschappelijke vereisten
Nuanceren: fijn onderscheid aanbrengen
Restrictief: beperkend
Significant: belangrijk, veelbetekenend
Sociale integratie: inburgering

Interessante bronnen:

  • Gamen voor een heldere kijk. In: De Standaard, 10 februari 2007.
  • Britse luchtmacht zoekt gamers. In: Het Laatste Nieuws, 10 januari 2007.
  • Surgeons who play video games more skilled: study. In: Reuters, 19 februari 2007.

Organisaties:

  • Programmeringscollege Onderzoek Jeugd
  • Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM)
  • Kijkwijzer
  • Andere: JAC, Steunpuntjeugd …

Specialisten:

  • Prof.dr. Beentjes Hans: Hij is een hoogleraar aan de KU Nijmegen, met name in de afdeling Communicatiewetenschappen. Tevens schreef hij het rapport De Kijkwijzer: Een classificatiesysteem voor audiovisuele media in opdracht van het NICAM in samenwerking met Peter Nikken.
  • Prof. Bushman Brad: Hij doceert op de universiteit van Michigan waar hij actief is op vlak van psychologie, sociaal onderzoek en studies omtrent communicatie. Daarnaast houdt hij zich fanatiek bezig met oorzaken en gevolgen van de menselijke agressie.
  • Dr. Nikken Peter: Hij studeerde af als psycholoog en houdt zich tegenwoordig bezig op het gebied van jeugd en media. In 2007 schreef hij omtrent dit thema een boek met de titel Mediageweld en kinderen.

Synthese:

Computerspellen in het gezin

Aanleiding van het onderzoek

De laatste jaren hebben computerspelletjes een flinke opmars gemaakt in het leven van jongeren. Het is dan ook belangrijk dat men te weten komt of games de opvoeding van kinderen positief dan wel negatief beïnvloed. Toch zijn de studies naar de invloed van computerspellen op kinderen niet zo vergevorderd as het onderzoek naar televisiegeweld. Als we de vergelijking maken met de gevolgen van de traditionele media, kunnen we ervan uitgaan dat de invloed van games niet zonder risico’s zal zijn.

De bedoeling is om inzicht te geven op vlak van de visie van de ouders op de voor- en nadelen, de mater waarin ouders betrokken zijn met het spelgedrag van hun kinderen en de tijdsbesteding aan games.

Daarnaast werd er rekening gehouden diverse gezinsfactoren, zoals leeftijd en geslacht, schoolprestaties, sportbeoefening, opleidingsniveau van de ouders en de gezinsgrootte.

Hoe zal men te werk gaan?

Aangezien de aanwezigheid van internetaansluiting in jonge gezinnen vrij groot is, koos men voor een afname van de vragenlijst via het internet. Dit werd gestaafd door middel van een steekproef afgenomen door het onderzoekbureau Intromart. Bovendien worden de gezinnen zonder internetverbinding ondervraagd via de telefoon, om te onderzoeken of de kinderen andere gevolgen vertonen tegenover kinderen met toegang tot internet.

De vragenlijst bestond uit twee stukken: het ene voor het kind des huizes en de andere voor de ouders. De vragen werden gebaseerd op vier thema’s, nl. het gebruik van games en accessoires, mogelijke effecten van het spelen van games, behoefte aan informatie over computerspelletjes en de manier waarop ouders de kinderen begeleiden.

Het resultaat

Overeenkomsten:

Op vlak van aanschaf van spellen en gebruik van apparatuur kunnen we concluderen dat er een goede communicatie is tussen de kinderen en ouders. Ook hebben de ouders een goed zicht op de tijdsduur van het spelen van games. Daarnaast erkent zowel jong als oud dat het buitenspelen en het maken van huiswerk soms in gedrang komt. Ten slotte stemmen de ouders en jongeren op elkaar af als het om de begeleiding van gamen gaat.

Verschillen:

Een van de verschillen tussen ouders en kinderen is de behoefte aan informatie. Aan de ene kant vindt het grootste deel van de ouders de informatie belangrijk, terwijl de kinderen er niet noodzakelijk veel aandacht aan hechten. Een tweede verschil is te vinden op vlak van geslacht. Volgens kinderen houden jongens zich meer bezig met games dan meisjes. Ouders vinden echter dat de tijdsbesteding (voor kinderen van acht tot vijftien jaar) ongeveer gelijk ligt.

Conclusie

Uit het onderzoek kunnen we besluiten dat kinderen toch wel een groot deel van hun vrije tijd besteden aan het spelen van computerspelletjes. Dit wordt nog duidelijker wanneer je het onderzoek van het jaar 1997 en 2000 vergelijkt met die van 2002. Dit kan onder andere het gevolg zijn van overschatting van het spelgedrag van de ouders. Daarnaast is het ook mogelijk dat de bevraging grotendeels beantwoordt werd door fervente gamers. Ook speelt de opmars van het internet en het bezit van een computer een grote rol.

Ten tweede maken ouders een onderscheid tussen de positieve en negatieve effecten van gamen, waarbij ze de positieve meer gaan benadrukken. Bij de positieve gevolgen ondervinden ze dat de cognitieve en emotionele ontwikkelingen erop vooruitgaat, terwijl de negatieve gevolgen hun fysieke gezondheid en hun sociale omgang in gedrang brengt.

Ten derde werd het duidelijk dat de kinderen volgens hun ouders meer gamen dan het gemiddelde. De kinderen die het meeste tijd besteden aan computerspelletjes, komen vaker uit laaggeschoolde gezinnen. Daarnaast zijn bezorgde ouders die zich zorgen maken over de lange speelduur van zoon of dochter ook correct. De kinderen spelen meestal twee keer langer dan het gemiddelde per dag.

Ten vierde kunnen we uit het rapport afleiden dat ouders veel meer geïnteresseerd zijn naar de informatie van de games dan hun kinderen. Dit is hoofdzakelijk het geval bij kinderen tot 12 jaar. We kunnen er ook afleiden dat kinderen met weinig interesse in de informatie van het betreffende game, minder goed presteren op school.

Ten slotte blijkt dat ouders slechts in beperkte mate bezighouden met de begeleiding van hun kinderen en de videogames. Dit betekent echter niet da ouders niet geïnformeerd willen zijn over de risico’s en voordelen van desbetreffende spel.

Bronnen

Krantenartikels

  • KUV. "Senioren Mobiel doet vervoer en boodschappen". In: De Standaard, 10 december 2009.
  • LKE. "Jeugdbeleidsplan". In: Het Nieuwsblad, 11 december 2009.
  • MMA. "Jongeren willen vals geld wisselen". In: Het Nieuwsblad, 15 december 2009.
  • RSO. "Senioren sporten op pleintjes". In: Het Nieuwsblad, 16 december 2009.
  • TEGENBOS G. "Niet jongeren maar ouderen en werklozen de pineut in Vlaanderen". In: De Standaard, 15 december 2009.

Boeken

  • PENNINX K. Beeldvorming over ouder worden. NIZW Uitgeverij, Utrecht, 1995.
  • ZANDBERGEN J. & PENNINX K. Voor alle leeftijden. Werken aan praktische solidariteit tussen jong en oud .NIZW Uitgeverij, Utrecht, 1996.

Tijdschriften

  • KUPERS P. & DELTENRE E. Levenskwaliteit. ‘Wat verlangen de senioren?’ In: Testaankoop, jg.51, nr. 518, 2008.
  • VANDEN BOER L.’ Ouder worden in Vlaanderen: feiten en cijfers.’ In: Geron, jg.9, nr.1, 2007.

Eindwerken

  • Mobiliteitsproblemen bij ouderen op het platteland: nood aan een goede mobiliteit om zo lang en zelfstandig mogelijk thuis te blijven wonen
  • Alcohol en jongeren: alcoholpreventie in de eerste graad TSO
  • Het arbeidsproject gescreend: een hulpverlenersperspectief op de jongerenaanpak binnen het OCMW

Politieke context

Jeugdwerkloosheid
Bedrijven die weten dat een werknemer op korte termijn op pensioen gaat of van job zal veranderen, moeten tot zes maanden voor diens vertrek een jonge werkloze in dienst kunnen nemen. Bij dergelijke ‘inloopbanen’ geniet de jongere zijn werkloosheidsuitkering, een extra onkostenvergoeding van het bedrijf en een opleiding door de jobverlater. Na de opleiding en een positieve evaluatie neemt de jongere de functie van de vertrekkende werknemer over. Zo wordt het gebrek aan ervaring letterlijk weggewerkt en versterkt de jongere zijn positie op de arbeidsmarkt.

Persoonlijk besluit

Het ontwerpen van een site was voor mij totaal nieuw terrein. Het was dan ook even wennen aan al die verschillende soorten knopjes en codes die hier te vinden waren. In het begin was het wat experimenteren hoe alles werkte, maar de groep was altijd bereid om te helpen wanneer men iets niet begreep.
Persoonlijk vind ik het uiteindelijk resultaat geslaagd, althans voor een eerste poging tot ontwerpen van een wiki. Het is overzichtelijk, oogt mooi en bevat veel informatie omtrent ons project. Maar om hem perfect te maken, vrees ik dat enkele maanden 'trainen' niet voldoende is om tot een onfeilbaar geheel te komen.

Arno

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License