Werkdocument Gertjan

Inhoud
1. Voorwoord
2. Synthese artikel
3. Context
4. Auteur
5. Structuur
6. Trefwoordenlijst
7. Organisatie
8. Andere organisaties
9. Specialisten
10. Bronnen
11. Juridische tekst
12. Politieke tekst
13. Persoonlijk besluit

1.Voorwoord

Ik heb gekozen voor het project tienerculturen, omdat ik dit een heel interessant onderwerp vindt. Ik heb dit ook gekozen omdat ik graag nog wat meer wil bijleren over de jongeren en hun verschillende culturen & doelstellingen. Wanneer ik hoorde dat we voor senioren een activiteit moesten organiseren had ik echt wel het gevoel dat dit heel leuk kon worden. Ik gebruik graag mijn creativiteit en voor zo’n activiteit kan dit heel erg handig zijn. Omtrent de senioren weet ik heel erg weinig, daardoor kon dit een kans zijn om echt dingen te weten te komen omtrent senioren, maar ook hoe ik moet omgaan met senioren.

2.Synthese Artikel

Veel mensen worden geconfronteerd met klachten:
 Ouders hebben klachten over: hun werk, hun kinderen, hun partner, over zichzelf
 Ook kinderen hebben klachten over: “Mijn ouders verstaan mij niet”, “Ik doe mijn best op school maar het gaat niet”
Daardoor hielp de psychologische hulpverlening om deze klachten weg te werken, hierbij werd de assertiviteit vergroot en worden er heel wat problemen verholpen. Wanneer deze problemen verholpen zijn zal het zelfvertrouwen groeien, dit komt door zelfkennis, zelftoetsing, zelfwaardering.

Zelfvertrouwen is een gevoel

Zelfvertrouwen is een gevoel, het is het best dat de persoon zich goed voelt. Het gevoel heeft aanleiding tot een bepaald soort gedrag: rustig, zelfzeker, aangepast, reëel. Hierbij wordt er niet teveel maar ook niet te weinig druk uitgeoefend. Een gevoel van zelfvertrouwen kunnen we volgens Harris samenvatten als: ‘we hebben respect voor zichzelf en voor anderen’. Daaruit kunnen we vaststellen wanneer er een gebrek is aan zelfvertrouwen dat moeilijkheden teweegbrengt in ons gedrag en omgang met anderen. Dit wil zeggen dat we bij gebrek aan zelfvertrouwen teveel of te weinig rekening houden met onszelf.
Als opvoeder moeten we vooral inzien hoe gedragsmoeilijkheden samenhangen met gebrek aan zelfvertrouwen.

Basisinzichten die men nodig heeft

Het eerste inzicht gaat over het verband tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Dit wil zeggen dat gedachten aanleiding geven tot gevoelens die op hun manier leiden tot gedrag.

Gevoelens zijn gevolgen van onze gedachten

In het eerste luik zijn de Gevoelens zijn altijd een gevolg van een gedachte. Als een persoon een dergelijk gevoel krijgt moet dat altijd voorafgaan door een gedachte, dit is een logisch gevolg. De moeilijkheid is dat wij niet altijd weten of voelen wat wij denken.

Een eerste reden is dat wij In onze opvoeding worden genormeerd, daardoor worden deze opvattingen als normaal gezien, dit heeft tot gevolg dat voor ons wordt gedenkt, en dat we vergeten uit onze eigen gedachten te blijven denken. Daardoor zijn veel mensen verward, omdat ze niet weten hoe ze moeten denken, of dat hetgeen wat zij denken wel een norm is van de maatschappij of iets dat uit hun eigen denken komt. In de opvoeding tot zelfvertrouwen wordt er gevraagd te denken vanuit je eigen gezond verstand, Wat jij denkt wordt opgevat als een loergedachte, dit is een gedachte die beantwoordt aan de normen van de maatschappij, en die ook voor jou werkt.

Een tweede reden is dat we niet altijd voelen of weten wat we denken, dit komt doordat veel van onze gedachten niet de volle aandacht geven van ons denken. Ze zijn wel aanwezig maar meer op de achtergrond of op een onbewuste manier.

Gevoelens drukken zich uit in gedrag

In het tweede luik wordt de overgang tussen de gevoelens en het gedrag besproken. Onze gevoelens worden duidelijk via gedrag, Daardoor is ons gedrag een indicator naar de buitenwereld toe. Wanneer we bepaalde gevoelens omzetten in gedrag, zal er tot gevolg zijn dat we ons verdedigen tegen anderen en waardoor we voortdurend in een vicieuze cirkel terecht komen. Doordat we dus onze gevoelens niet terugbrengen naar de fundamentele oorzaak van het probleem zullen er nog grotere problemen veroorzaakt worden. Dit wil zeggen dat we telkens weer dezelfde problemen zullen ervaren bij het niet terugkeren naar onze gevoelens.
Een voorbeeld is dus wanneer een kind erg schuchter is, ziet men duidelijk in het gedrag dat het kind niet weet hoe om te gaan met andere kinderen. Daardoor moeten de opvoeders(ouders) zoeken naar de reden waarom het kind zo schuchter is. Dit doen we door de kinderen te vertellen hoe het er in de realiteit aan toe gaat, Hoe wij en vele andere mensen dus zeggen hoe het moet.

Een tweede inzicht gaat over het ontkrachten van de eigen gedachten. Dit wil dus zeggen, dat wij als ouders de gedachten van onze kinderen afleren om een beter sociaal aanvaard gedrag aan te leren, Dit doen we omdat we willen dat onze kinderen gelukkig zijn. Doordat we echt voortdurend het gedrag van de kinderen aanpassen aan de normen van de maatschappij kan dit ernstige negatieve gevolgen met zich meebrengen voor het individu. Hieruit verstaat het individu dus dat zijn ouders hem willen duidelijk maken dat alles wat hijzelf denkt of voelt niet goed is & waardoor hij niet goedgekeurd zal worden door zijn ouders.
Eén van de belangrijkste gezegden volgens de kinderen is dat alles wat zij moeten doen, moet worden goedgekeurd door de ouders. Daardoor zal het kind zich verplicht voelen om alles wat uit zichzelf komt op te geven om zo liefde te krijgen van zijn ouders. De kinderen ontkrachten dus hun gedrag, daardoor ook hun gevoelens en gedachten. Wanneer de kinderen nog jong zijn is dat nog geen extreem grote problematiek maar wanneer de kinderen dan volwassen worden, zullen ze ervaren dat ze erg weinig zelfvertrouwen hebben in hun denken, dat ze niet durven denken & ook niet kunnen zelfstandig zijn.
In deze tijd behoren we tot de generatie van de ouders die duidelijk weet welke negatieve gevolgen er zijn, zeker op vlak van zelfvertrouwen.

Daardoor werd er in de jaren 60 de stroming “vrije opvoeding” opgestart. In deze stroming mag de jongere kiezen wat het doet, het is zijn/haar keuze. Als ouders daar toch nog in verder sturen zullen de negatieve problemen verkleinen wanneer ouders dit niet doen kan dit tot ernstige negatieve gevolgen leiden. Dit is net zoals bij leiderschap wanneer meerdere kinderen dezelfde opinie hebben over een besluit & de vader(leider) zegt dat dit niet waar is de vraag of “meerdere kinderen het beter weten dan de vader zelf?”.
In de opvoeding tot zelfvertrouwen opbouwen zijn er bepaalde realiteitsprincipes voorgelegd:
- Iedereen mag denken en voelen wat hij denkt en voelt
- Onze geest en onze gevoelens zijn rijk en hebben oneindige mogelijkheden
- Onze gedachten en gevoelens zijn unieke verschijnselen, die onszelf uitdrukken, en die dus belangrijk zijn. Maar in de mate dat we in de realiteit leven, zullen we niet altijd in staat zijn om onze gevoelens of gedachten te gebruiken & in gedrag om te zetten.

Basisvoorwaarden tot zelfvertrouwen

Verantwoordelijk zijn over jezelf
De basisvoorwaarde die leidt tot het gevoel van zelfvertrouwen is dat we verantwoordelijk zijn voor onszelf. De verantwoordelijkheid wordt erg benadrukt in de opvoeding. Elke mens wil weten waarom hij er is. Maar doordat we in een samenleving leven is de vraag of we alleen voor jezelf verantwoordelijk bent of ook voor andere mensen verantwoordelijk bent. Daardoor is het erg moeilijk om zowel voor onszelf als voor anderen verantwoordelijk te zijn, en moet er een bewuste keuze gemaakt worden, en deze is dat de mens in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor zichzelf.

Verantwoordelijk zijn voor zichzelf: wat houdt dut in?
Ten eerste zijn we verantwoordelijk om onszelf te leren kennen, wat onze noden, onze wensen, onze gedachten zijn. Ten tweede moeten we onszelf aanvaarden we moeten aanvaarden hoe we zijn dit noemt men ook wel “eigenliefde”. Dit betekent dus dat we onszelf respecteren, we moeten ons zien als de “ideale ik”. Dit mag wel niet overdreven worden het mag niet over de grens gaan naar eigendunk toe. Als derde voorwaarde moeten we onszelf leren waarderen, we moeten waardering opbrengen voor onszelf, “eigenwaarde”. Eigen waarde wil zeggen dat we ons niet minderwaardig maar ook niet meerder waardig voelen. Dit betekent dat we niet aan onszelf een waarde toekennen, maar dat we aan ons gedrag een waarde toekennen. Wanneer we aan onszelf een waarde zouden geven zou dit een gevolg zijn van het gevoel van eigen waarde of we meer of minder zijn dan anderen.
Om een goede levenshouding te hebben moeten we ons houden aan 3 componenten: zelfkennis, eigenliefde en eigenwaarde. Deze 3 verstevigen elkaar maar zorgen ervoor dat we ons verantwoordelijk stellen aan onszelf. Zonder deze 3 componenten zullen we vervallen in gebrek aan verantwoordelijkheid en in afhankelijkheid van anderen.

Verantwoordelijk zijn voor anderen
In onze opvoeding, wordt ons geleerd dat we moeten verantwoordelijk zijn voor anderen. We moeten zorgen voor andere mensen zoals je broers en zussen. Dus we worden verantwoordelijk gesteld voor hoe anderen zich voelen of hoe anderen zich gedragen, Daaruit blijkt dat er ook iemand verantwoordelijk is voor jou. Doordat we verantwoordelijk zijn voor de anderen hun gedachten, gevoelens, gedrag worden we afhankelijk van anderen. Wanneer andere mensen ongelukkig zijn zullen wij bekommerd zijn om die mensen en zo zijn we verbonden met anderen. Daaruit bouwen we een leven op die berust verantwoordelijkheidsbesef ten opzichte van anderen en niet ten opzichte van jezelf. Uit dit besef komt er dus een afhankelijkheidsgevoel dat ons helpt te beantwoorden aan de norm dat de anderen belangrijk zijn.
Wanneer we dan zelfvertrouwen willen aanleren aan kinderen zullen ze zeker niet aan hun lot overgelaten worden maar moeten de kinderen verantwoordelijk zijn voor zichzelf, en zullen we verantwoordelijk blijven als ouders voor je eigen geluk. Want een persoon kan onmogelijk een combinatie maken van verantwoordelijkheid voor zichzelf als voor anderen, anders leidt dit tot een afhankelijkheidsprobleem.

Referentie: M.J., M. V. (1990). Zelfvertrouwen. In H. i. Gezinswetenschappen, Jong geleerd is oud gedaan (p. 144). Brussel: MIOS vzw.

3.Context

Het artikel komt uit het boek Jong geleerd is oud gedaan. Het is een boek dat gaat over verschillende onderdelen die over jongeren gaan. Het gaat over jongeren en hedendaagse problemen, hun relaties en de integratie in de maatschappij. In het artikel gaat het over zelfvertrouwen, Zelfvertrouwen is heel erg moeilijk voor zowel de jongeren als de ouders van de kinderen. Dit kan men oplossen door verschillende methodes op psychologisch vlak. Doordat zelfvertrouwen een gevoel is zal er vooral moeten aangepast aan het gedrag doordat de gevoelens tot uiting komen via het gedrag.

4.De auteur

1. Wie schreef het artikel?
De auteur van het artikel is Marie-Jeanne Maes.

2.Wordt er in het artikel informatie gegeven over de auteur?
Achteraan in het boek staat er vermeldt dat hij is afgestudeerd in het licentiaat in de psychologie, hij werkte als begeleider rond zelfvertrouwen en als projectleider in het jaar 1987.

3.Wat vind je op internet over deze auteur?
Op internet heb ik niet veel gevonden over de auteur. Maar na het kijken op de bibliotheek van de school heb ik nog een boek gevonden die hij ook nog geschreven heeft. Het boek heeft de naam “Het observatiesysteem van R. F. Bales: het probleem van de formele en de inhoudelijke analyse”

4.Wat heeft deze auteur nog geschreven?
De auteur heeft nog 1 boek geschreven die ik gevonden heb in de bibliotheek van de school:
MARIE-JEANNE, M. (1964). Het observatiesysteem van R. F. Bales: het probleem van de formele en de inhoudelijke analyse. Leuven: s.n.

5.De structuur

1.Wat zijn de tussentitels?
- Zelfvertrouwen is een gevoel
- Basisinzichten die men nodig heeft
- Gevoelens zijn gevolgen van onze gedachten
- Gevoelens drukken zich uit in gedrag
- Basisvoorwaarde tot zelfvertrouwen: verantwoordelijk zijn voor jezelf
- Verantwoordelijk zijn over anderen is afhankelijk zijn van anderen
- Verantwoordelijk zijn voor zichzelf: wat houdt dat in?
- Een vraag: “Leidt zelfvertrouwen tot egoïsme of eigendunk?

2.Kent het een duidelijke structuur, is die logisch?

Ik vind dat het boek een zeer duidelijke structuur heeft. Eerst en vooral wordt er verteld over wat zelfvertrouwen precies inhoud. Daarna kijkt men naar hoe zelfvertrouwen tot uiting komt. Men weet dat zelfvertrouwen een gevoel is daarbij wordt verteld hoe dit gevoel tot uiting komt bij de meeste mensen. Daarna wordt er ook informatie gegeven over de basisvoorwaarden die je nodig hebt voor zelfvertrouwen. Zo is het boek in allerlei stappen van het begin tot het einde heel erg logisch.

3.Worden de voetnoten onderaan, achteraan of in de tekst opgenomen? Is dit handig?

De voetnoten worden opgenomen in de tekst met wat informatie erbij tussen haakjes. Daarna wordt er achteraan na het hoofdstuk nog een volledige biografische beschrijving gedaan over alle voetnoten.

6.Trefwoordenlijst

Assertiviteit: Zelfbewuste, psychische weerbaarheid
Territorium: Grondgebied die van een persoon is
Autonoom: Onafhankelijk, zelfstandig
De notie van verantwoordelijkheid: Een besef, begrip, denkbeeld
Genormeerd: Vastgehouden aan bepaalde normen (afspraken)
Fantasmatische gedachtenwereld: Een gedachtenwereld met een fantasierijk deeltje
Een indicator naar buiten toe: •Een maatstaf is er om te bepalen hoe duurzaam de samenleving is
Fundamentele oorzaak: Is de basisoorzaak, waar het allemaal begon.
Geen contradictie: Geen tegenspraak
Symbiose: Samenleven van 2 levensvormen
Verantwoordelijkheidsbesef: Het weten dat men verantwoordelijk moet zijn voor zichzelf
Almachtsgevoel: Een gevoel dat ze denken dat ze alles zijn.

7.Organisatie

Steunpunt Jeugd is een vzw die wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. De Algemene Vergadering bestaat uit organisaties die gesubsidieerd worden binnen het decreet jeugd- en kinderrechtenbeleid. Ze opereren vanuit Brussel waar 20 enthousiaste medewerkers het gebouw delen met BLOSO en de Vlaamse Jeugdraad.
Sinds 2002 zet Steunpunt Jeugd zich in voor kinderen, jongeren en hun organisaties. De Vlaamse Jeugdraad treedt op als de belangenbehartigerer van kinderen en jongeren, ondersteunt Steunpunt Jeugd alle actoren die met kinderen, jongeren en hun organisaties bezig zijn. Steunpunt Jeugd bouwt kennis en expertise op en ontwikkelt de nodige netwerken om de positie van kinderen en jongeren en van het jeugdwerk in de samenleving te verduidelijken en versterken. Daarom werkt Steunpunt Jeugd aan een dynamisch en integraal jeugdbeleid en ondersteunt ze het jeugdwerk.

Steunpunt jeugd is een werking die heel wat opdrachten verwezenlijkt hier zijn een aantal onderwerpen:
- Beleidsdomein Jeugd: in dit onderwerp wordt er gekeken naar de verschillende beleidsprogramma’s op vlak van het gemeentebeleid, provinciebeleid, Vlaams beleid, Europees beleid.
- Jeugdruimte: Jongeren hebben veel nood aan ruimte, daardoor zoekt men achter ruimte in de natuur. Ook wordt er informatie gegeven over de ruimtelijke ordening bij de jongeren.
- Jeugdtoerisme: steunpunt jeugd organiseert allerlei vakanties voor jongeren.
- Vorming in de jeugdsector: Met vorming bedoelen ze de bijeenkomsten, ze worden ook genoemd als cursussen, sessies of workshops die expliciet de bedoeling hebben om iets bij te leren.
- Onderzoek: Steunpunt Jeugd wil actief betrokken zijn bij onderzoek over jeugd, jeugdwerk en jeugdbeleid. Ze volgen niet alleen alle relevante onderzoeken op maar willen ook zelf praktijkgericht onderzoek voeren.

Aantal woorden: 261

8.Andere organisaties

Voor Jongeren:
JAC ( jongeren Advies Centrum)
JIP( Jongeren Informatie Punt)
BJB (bijzondere jeugdbijstand)
Steunpunt jeugd
Leerlingenbegeleiding in school

Voor Ouders:
OCMW
Kind en Gezin
CAW ( Centrum Algemeen Welzijn)

9.Specialisten

- De psychotherapeut Dyer Wayne W.
- De klinische psycholoog Gordon Thomas
- De klinische psycholoog Maslow Abraham

10.Bronnen

Tijdschriften

  • ANDREE, A. (2008). Hulpverleners moeten de couleur locale van de school aannemen. Jongeren en Co, 20-21.
  • VAN DORP, M. (2008). De zwerfjongeren bestaan niet. Jeugd en Co, 16-17.

Krantenartikels:

  • VSV. "Eén op vier senioren bespaart niet ondanks crisis." In: Het laatste nieuws, 28 januari 2009
  • EDP. “Senioren mogen 400 uur bijverdienen aan verlaagd RSZ-tarief". In: Het laatste nieuws, 2 juni 2009
  • SPS. "Bewoners failliet rusthuis staan morgen op straat". In: Het laatste nieuws, 25 juni 2009
  • JV. "Europa wil 75% senioren inenten tegen seizoensgriep." In: Het laatste nieuws, 8 juli 2009
  • EP. "Meer dan helft 70-plussers loopt risico op ondervoeding." In: Het laatste nieuws, 19 augustus 2009.

Boeken:

  • BREYNE, P. (2000). een volwassen kijk op jongeren. Sint-Andries: Schoonbaert - groep Neptunus.
  • Christelijke Mutualiteit; KBG. (2005). Christelijke Mutualiteit. Ouderen en depressie Brussel, Vlaams Brabant, België: Marc Justaert.
  • CRAEYNEST P. De levensloop van de mens. Inleiding in de ontwikkelingspsychologie, Acco, Leuven, 1995. 211 p.
  • VAN DE VEN L. Psychologie van het ouder worden. In: COOLSAET B. Homage. Van Halewyck, Leuven, 2007
  • M.J., M. V. (1990). Zelfvertrouwen. In H. i. Gezinswetenschappen, jong geleerd is oud gedaan (p. 144). Brussel: MIOS vzw.

Eindwerktitels:

  • Alcohol en drugs in de Chiro - De plaatselijke groepen onder de loep genomen.
  • Het opstarten van een drugsbeleid op maat van jeugdhuizen
  • Cultuurcentrum & jongeren een poging om de kloof te dichten.

11.Juridische Context

Decreet van 18 juli 2008 houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid (B.S.26.IX.2008)
Art.2.
In dit decreet wordt verstaan onder:

1° Jeugd: personen tot en met dertig jaar, of een deel van deze bevolkingsgroep;

2° Jeugd- en kinderrechtenbeleid: de integrale en geïntegreerde visie en de daarop gebaseerde systematische en planmatige maatregelen van een overheid die expliciet effect beogen op de jeugd, met bijzondere aandacht voor het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen te New York op 20 november 1989 en goedgekeurd bij decreet van 15 mei 1991, als ethisch en wettelijk kader;

3° Jeugdsector: de verenigingen die op basis van dit decreet worden gesubsidieerd;

4° Jeugdwerk: sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd van drie tot en met dertig jaar, in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd die daaraan deelneemt op vrijwillige basis;

5° Jeugdwerker: elke persoon die verantwoordelijkheid op zich neemt in jeugdwerk en aantoonbare ervaring heeft, of inspanningen levert op het vlak van scholing of vorming met betrekking tot jeugdwerk;

6° Administratie: de administratieve entiteit van de Vlaamse administratieve diensten die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het jeugdbeleid, zoals bedoeld in artikel 4,

www.juriwel.be

12.Politieke Context

Sociale Zaken en Welzijn

Geen enkele samenleving kan welvarend genoemd worden wanneer een aanzienlijk aantal van haar burgers in armoede leven, ziek zijn of minder middelen hebben om een volwaardige toekomst uit te bouwen. Open VLD ziet het dan ook als een kerntaak van de overheid om kansen te geven aan iedereen. Dat betekent dus het uitbouwen en verankeren van een sterke en brede sociale zekerheid. Om resultaten te boeken moet men dan wel afstand nemen van het beleid dat mensen afhankelijk maakt en louter monetaire ondersteuning biedt. Er moet echt geïnvesteerd worden in mensen, en de talenten die ieder individu bezit.

Een dergelijk systeem moet mensen toelaten om bestaanszeker te zijn, een job te vinden, voor zichzelf in te staan en vooruitgang te boeken in plaats van mensen te betuttelen of afhankelijk te maken. Een sociale zekerheid moet de mensen ondersteunen die hulp behoeven, maar tegelijk alle mensen maximale kansen bieden op zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Bron: Open VLD. (sd). Sociale zaken en welzijn. Opgeroepen op december 16, 2009, van Open VLD: http://www.openvld.be/?type=themas&id=58

13.Persoonlijk Besluit

Om het werken op de wiki toch enigszins nog wat te verbeteren, zou ik nog wat moeten werken aan het maken van de speciale elementen op de wiki zoals video’s & foto’s. Tijdens het werken op de wiki heb ik verschillende dingen geleerd, eerst en vooral het belangrijkste is de basis voor een wiki op te starten en gewoon de normale aanpassingen op een pagina veranderen. Daarnaast heb ik ook de moeilijke dingen zoals toevoegen van links en video’s en foto’s met natuurlijk wat hulp van de andere projectleden. Ik heb over mijn onderwerp redelijk wat informatie gevonden, dit wat niet zo moeilijk doordat er veel boeken over de jongerenculturen gaat. Waar ik misschien wel nog kon zoeken achter meer informatie over de jongeren was in de verschillende diensten die omgaan met jongeren.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License